Natuurhistorisch Museum Maastricht

homevroeger > lars
En hoe is het met Lars?

15.12.16  Persbericht

Het mysterie rondom mosasauriër ‘Lars’

Al vanaf het begin van het prepareren, eind januari 2016, van het schedelblok in het Sciencelab heeft het skelet van mosasauriër ‘Lars’ vragen opgeroepen. Zijn alle botten wel van ‘Lars’, of is er meer aan de hand? Nu is een nieuwe fase in de preparatie ingegaan, omdat op dinsdag 13 december 2016, Mart Deckers (vrijwilliger-preparateur) de punt van de bovenkaak, oftewel de ‘premax’, heeft herkend. Deze is kleiner dan de tot nu toe gevonden en geprepareerde kaakonderdelen van Lars. De vraag is nu of dit een onderdeel van Lars is of een prooi... Dit wordt de komende tijd nader onderzocht in het Sciencelab. Geïnteresseerden kunnen dit proces aldaar volgen.

 

Deze premax is aanzienlijk kleiner in vergelijking met de premax van de Bemelse mosasauriër (gevonden in de jaren vijftig van de vorige eeuw, door Jan Vollers, in het onderaardse gangenstelsel nabij de groeve’t Rooth, in Bemelen). De Bemelse behoort tot dezelfde soort als ‘Lars’: Mosasaurus hoffmanni.


De premax (punt van de bovenkaak) van ‘Lars’
De voorste helft van de premax is bewaard gebleven. De kronen van de eerste twee tanden zijn afgebroken, maar de wortels zitten nog in het kaakbeen, net als de perfect bewaard gebleven vervangtandjes. De tweede rij tanden, die groter waren dan de eerste, ontbreekt, maar de rand van de alveole is wel zichtbaar. De alveole is de plek in het kaakbeen waarin de wortels rusten. We mogen er vanuit gaan dat die wortels en tandkronen straks ook nog worden herkend en daarna teruggeplaatst kunnen worden. Al dit materiaal komt namelijk uit de ‘big bag’, de grote zak die rond het schedelblok was gedrapeerd toen het blok over de muur van de museumtuin werd gehesen.


Uniek materiaal
De vondst van ‘Lars’ was altijd al bijzonder, vanaf de eerste dag. Destijds waren er in de ENCI groeve nog nooit zoveel kootjes van de flippers, en in zo’n goede staat, gevonden. ‘Lars’ is circa 66.5 miljoen jaar oud. Uiteraard zijn alle onderdelen van de schedel en het skelet waarvan er maar eentje is, zoals de premax, uitzonderlijk. Die snuitpunt van bovenkaak is een puntig-afgerond, driehoekig bot met een lang, dun uitlopend uitsteeksel naar achteren. Er zijn twee rijen tanden; de voorste rij is kleiner. Voor beide rijen zijn er ook vervangtandjes die schuin achter de functionele tanden staan.
Openbaar onderzoek in Sciencelab
Komende zaterdag en zondag (17 en 18 december) zijn er preparateurs in het Sciencelab aanwezig voor nadere toelichting. De premax van ‘Lars’ kan in de vitrine tegenover het Sciencelab worden bewonderd, naast die van de Bemelse zodat het verschil in grootte meteen duidelijk is.

Foto: Links: Premax van Lars / Rechts: Premax Bemelse mosasauriër

In het bijbehorende filmpje legt NHMM paleontoloog John Jagt uit hoe zich de premax van ‘Lars’ zich verhoudt tot die van de Bemelse: https://youtu.be/vrJOrBmCRs8

 

Door onze conservator paleontologie John Jagt....

Zaterdagochtend 18 april

MAASTRICHT – Amateurpaleontologen hebben zaterdag in de ENCIgroeve in Maastricht resten gevonden van een Mosasaurus. Het gaat waarschijnlijk om een Mosasaurus hoffmanni die bijna 67 miljoen jaar geleden leefde. De vondst werd gedaan door de veertienjarige Lars Barten en zijn vader Jos uit Rijkevoort bij Boxmeer. Zij deden mee aan een excursie van de Limburgse afdeling van de Nederlandse Geologische Vereniging (NGV) in de groeve. Een paar keer per jaar mag de NGV van cementfabrikant ENCI in de groevenaar fossielen zoeken. Het is sinds1766 de zesde Mosasaurus die in de Sint Pietersberg wordt gevonden. De amateurpaleontologen troffen de botten aan in de westkant van de groeve, vlak bij de groevewand. In totaal zijn ongeveer 25 Mosasaurusbotten veilig gesteld, die van één individu lijken te zijn. Het gaat vooral om rug- en staartwervels. De schedel is nog niet gevonden, maar ik heb goede hoop dat een groot deel van het dier nog onder de grond zit. Het skelet is waarschijnlijk al ooit geraakt door een graafmachine; de botten zijn op verschillende plekken met een hoogteverschil van vier meter gevonden. Voor het eerst zijn er ook delen van een flipper bewaard gebleven; meestal worden deze fragiele delen door aaseters van het lichaam van een dode of gewonde mosasaurus‘afgevreten’, waardoor ze verdwijnen.

Waarom nu zo uniek?

Het is een bijzondere vondst want “er zijn wervels gevonden van het achterste deel van de rug, alsook staartwervels en -heel speciaal- kootjes van de flippers. De vondsten zijn circa 66.3 miljoen jaar oud”! Aangezien de laatste soort botten zo klein zijn, mooi bewaard zijn gebleven en nog nooit eerder gevonden zijn, verwacht ik dat er op die plek meer te vinden is.
Het museum gaat nu in samenwerking met ENCI een plan opstellen om het skelet van de maashagedis veilig te stellen. Het dier is inmiddels – in navolging van de Mosasaurus Carlo – vernoemd naar zijn vinder: Lars.

Wat gaat er nu verder gebeuren?

De vondsten waren de afgelopen Museumweek te zien in het Natuurhistorisch Museum Maastricht. Vervolgens werd Mosasaurus Lars opgeborgen, in huis nader onderzocht en in de groeve wordt de komende tijd naar meer skeletmateriaal gespeurd. In een later stadium wordt hij gepresenteerd aan het publiek.
Hoe staat het met Mosasaurus  ‘Lars’?

Maandag 1 juni

Na de ontdekking door Jos en Lars Barten van de eerste rug- en staartwervels en flipperbotjes op 18 april 2015, hebben we er inmiddels vier graafsessies in de groeve van ENCI-Heidelberg Cement Group opzitten. Van de flippers zijn nog meer botten tevoorschijn gekomen, zelfs de wat grotere en langere die dichtbij het lijf zaten. Ook twee rugwervels behoorden tot de buit, net als een ribfragment met daarop duidelijk zichtbare krassen van haaientanden .
Inmiddels zijn er ook losse tanden van drie (of vier) soorten haaien gevonden, vlakbij de botten van ‘Lars’; de meest tot de verbeelding sprekende haai is Squalicorax pristodontus.
De puinkegel is inmiddels verwijderd; de grote aardpijp is nu in volle glorie zichtbaar . Kleinere exemplaren zitten in de wand . In een aard- of orgelpijp is de kalksteen opgelost, en kon de boven op de Sint-Pietersberg liggende leem en het Maasgrind tot diep in de mergel doordringen. Een deel van het skelet van ‘Lars’ zal op die manier wel beschadigd zijn, maar als we het goed ingeschat hebben zal de schedel (en die moet er toch liggen …..) zich buiten de aardpijp bevinden.
De kwaliteit van de afzonderlijke botten is uitstekend, behalve als ze in de sterk door leem beïnvloede kalksteen liggen. Dan zijn ze erg ‘nat’, brokkelig en moeilijk te bergen. Een flink blok kalk, met botten aan alle kanten, is nu verstevigd met gips en zal in zijn geheel worden geborgen . Later kan dan van de andere kant worden geprepareerd. Een lang bot in de buurt van dit blok lijkt een onderdeel van de bekkengordel te zijn. Tot nog toe zijn alle skeletonderdelen dus toe te schrijven aan het achterste deel van het skelet van deze Mosasaurus.
De inzet van een graafmachine op 26 mei jl. heeft ervoor gezorgd dat we nu achter (in westelijke richting) de groeve aardpijp verder kunnen – daar kwam al meteen kalk met oesters, en ook vuursteen, tevoorschijn. Helaas nog geen botten.
Aanstaande donderdag gaan we verder.

Lars heeft een muil!
Donderdag 4 juni

Vandaag is er weer veel spit- en hakwerk verricht. Even na 13 uur herkende ik de eerste tandwortels….
Hij is terecht, de schedel van Mosasaurus Lars. Althans: paleontologen vonden in de ENCI groeve een stuk kalksteen waar duidelijk een stuk kaak en tanden uitstaken. Hoeveel er daadwerkelijk van de schedel bewaard is gebleven, is nog onduidelijk.
De brok kalksteen is ingegipst en wordt later voorzichtig ontleed.
Volgende week donderdag verder, en de zaterdag daarop ook.
GROOTSTE WINST: we weten nu waar die kop ligt, en kunnen vanaf nu daadkrachtiger
(lees: graafmachine) te werk gaan.

Vandaag bij Lars
Maandag 22 juni

Hallo allemaal,
En alweer een tussenstandje 'Lars', voor iedereen die dit boeiende verhaal volgt.
Een kwartiertje eerder naar binnen dan de rest, en vlot op de plek begonnen met de grootste klus voor vandaag - het verder vrijzetten, aan de voor- en achterkant, van het grote ingegipste blok, waar al een stalen buis onderdoor is geboord en geplaatst. Dit ging redelijk voortvarend, en in afwisseling ... Ook links en rechts van het blok werd een fikse greppel gegraven, en alsof het zo moest zijn: rechtsonder van het blok kwamen flinke flipperelementen tevoorschijn. Bij nader inzien nog meer, zodat dit blok nu ook vrijgezet is en begin volgende week ingegipst zal moeten worden. Ook een haaientand behoorde tot de buit - even niet gezien welke soort, maar dat komt later wel.

Eerder was er ook al een losse rugwervel tevoorschijn getoverd, ook rechts van het ingegipste grote blok.
Na 14 uur hebben we er toch de brui aangegeven, en nog gezellig bij elkaar gezeten op het terras van het chalet. Het was weer een vruchtbare dag….
Planning:
* Begin volgende week: We gaan verder - met aggregaat - met het drijven van stalen buizen onder blok door. Hopelijk hebben wij nu diep genoeg gegraven om dat allemaal mogelijk te maken.
* Na 22 juni: proberen, in overleg met ENCI, om het blok te bergen en transporteren.
* 27 juni: terrein eromheen bekijken voor verdere resten - de flipperresten vandaag kwamen toch nog als een complete verrassing, dus wie weet?
Na juli (begin augustus) met ENCI afspreken hoe het terrein verder aangepakt kan worden. O ja, er is ook nog een losse Mosa tandkroon gevonden in de gruislaag boven de plek waar 'Lars' ligt. Na wat onderzoek (kleur, formaat etc.) ...niet van 'Lars' :-)
Op weg naar het museum

Donderdag 25 juni

Vandaag bij 'Lars' geweest, van even na negen uur tot bijna half vier. We hebben veel kunnen doen, gelukkig, en ook een goed beeld van hoe het verder gaat. Kortom, de komende tijd staat er genoeg te gebeuren.
Het hele blok ('schedelblok' en het blok rechts daarvan) is nu volledig ingegipst, en de stalen balkjes eronder zitten nu aan dwarsbalk vastgelast. Het is een stevig constructie, en met een beetje mazzel blijft de zaak bij elkaar als het blok straks wordt gelicht ..... het blijft moeilijk inschatten wat de vuurstenen gaan doen, maar we moeten er op vertrouwen.
Het 'flipperblok' dat we 13 juni tijdens de excursie hebben vrijgezet is nu geheel en al in het museum - het staat in een speciekuip en is goed ingegipst aan de bovenzijde.
(uiteraard nog niet zichtbaar voor het publiek) Tijdens het verder vrijzetten hebben we vandaag ten minste 15 flipperbotjes (!) gevonden, ook hele kleine, en twee ervan hebben littekenweefsel. ( tumor, abces?) Nog aardiger is de ontdekking van twee tandwortels, een deel van het pterygoid en één verhemeltetandje .....
Er is per graafmachine een flink vlak vrijgemaakt rechts van de blok (richting fabriek), zodat we daar met een aantal mensen de hakken, beitels en hamers in kunnen zetten .... Aan de linkerkant (richting ENCI bos) zal het 'schedelblok' nog verder uitgediept moeten worden, maar dat kunnen zaterdag dan een man of twee, drie gaan doen.
Aanstaande zaterdag gaan we als mosateam weer 15 minuten eerder dan de rest naar binnen, en blijven tot een uur of 3. Daarna even bijkomen bij het Chalet, uiteraard ...
Volgende week gaan we met hulp het grote blok onderaan losmaken, en - als alles lukt - ook meteen weghalen en op transport naar het museum zetten. We schatten dat het blok rond 1500 kilo weegt, dus dat vergt planning en overleg.
Zodra het grote blok weg is kunnen we verder het terrein afspeuren naar bijkomende resten van 'Lars'. In overleg (met oa. groeveleiding) is afgesproken dat er vanaf augustus vanuit de westwand (ENCI bos) gegraven wordt richting terp. Op die manier wordt de plek waar 'Lars' ligt op een gegeven moment bereikt, en maken we afspraken dat we tijdens het graven (doordeweekse dagen, dus) met een paar mensen aanwezig zijn om evt. botmateriaal nog in veiligheid te brengen.
Beetje bij beetje zal Lars het museum bereiken.
Het moment is bijna daar..

Dinsdag 30 juni

Danny van firma Janssen Grondverzet heeft goed werk geleverd, onder toeziend oog van ENCI- en NHMM-personeel. Er vielen weliswaar flinke klompen kalk (met veel leem!) en vuursteen onder het blok uit (en tussen de buizen door), maar daarna hebben we op de plek zelf gecheckt, en ook onder het blok, of er botmateriaal bij zat. Nee, dus! Eén rottige oester lag er, en verder niets ….. Goed gedaan, lijkt het.

Het blok staat op de vork, en wordt morgen na 9 uur op balken/pallet geplaatst en dan door Publieke Werken van de Gemeente Maastricht vervoerd naar het museum.
Het is zover

Woensdag 1 juni

Het blok ligt nog op de laadbak, maar zo meteen gaat het blok op houten balken waarop het blok zal gaan rusten op de vrachtwagen. Om ca 9 uur beginnen we, dus ik vermoed een half uur/drie kwartier later rijden we de groeve uit. Uiteraard rustig rijden, en af en toe stoppen om de dumpers van FA Janssen door te laten.
Aankomst
Het opladen van ‘Lars’ op de vrachtwagen, de weg uit de groeve, de rit naar het museum en het transport over de tuinmuur is voorbeeldig verlopen! ‘Lars’ ligt in de tuin, netjes afgedekt met zeil voor de komende paar weken. De big bag die we aan de voorzijde van het blok met de kaakdelen hadden bevestigd heeft zijn grote waarde bewezen – het stukje kaak, met vier tandkronen (in mijn handen gehad!), dat tijdens het transport was losgeraakt, is terecht en meteen in veiligheid gebracht.
De puzzel kan beginnen maar eerst even rust, even vakantie. In de eerste week van augustus ben ik weer present en kan de puzzel beginnen.
Ik ben een tevreden man, Lars is thuis!

Natuurhistorisch
Museum
Maastricht
Adres De Bosquetplein 7, 6211 KJ Maastricht
T: 043 350 54 90 / E: museum@maastricht.nl
Openingstijden
maandag dicht (m.u.v. enkele feestdagen)
dinsdag-vrijdag 11-17 uur
zaterdag en zondag 13-17 uur

© BICMultimedia.nl